
Lidwina van Schiedam (1380-1433) is de oudst gekende persoon met MS (Multiple Sclerose).
De eerste medische documenten over MS komen van Jean Cruveilhier (Frankrijk) en Robert Carswell (Groot-Brittanië) en dateren uit 1835. In 1868 beschreef Charcot bijna alle aspecten van de ziekte en hij gebruikte voor het eerst de term "Sclérose en plaques".
Lidwina werd op 18 april 1380 in Schiedam geboren. Ze groeide normaal op en als 15-jarige was ze zo'n charmante jongedame dat ze een huwelijksaanzoek kreeg. Uiteraard heeft ze dit geweigerd. In de winter van 1396 viel ze tijdens het schaatsen op het ijs en brak enkele ribben. De genezing was moeilijk, en korte tijd waren er loopmoeilijkheden. Er wordt beschreven hoe Lidwina zich moest vasthouden aan meubelen om te kunnen gaan. Weer later waren er hevige aangezichtspijnen die na enkele weken voorbijgingen. Verschillende artsen werden geconsulteerd, onder meer een arts uit Keulen die behandelde op basis van wormen. Meest bekend was dokter Godfried Sonderdank, lijfarts van de Graaf van Holland. Hij maakte een verslag voor de Graaf waarin hij schrijft dat de oorzaak bij God te zoeken is (dus onbekend is), en dat de bestaande behandelingen best gestopt worden. Verder raadde hij de Graaf aan 2 gouden ducaten per jaar aan de ouders van Lidwina te geven - voor toenmalige sociale voorzieningen. Na de leeftijd van 19 jaar is Lidwina onderhevig aan een periodische krachtsvermindering in de rechterarm, en het rechteroog is voor enige tijd blind. Er zijn ook gevoelsstoornissen. Na 1407 wordt zij enige tijd beter, hetgeen aan bovennatuurlijke krachten wordt toegeschreven (remissie?). In 1413 zijn er decubituswonden waarvoor terug Godfried Sonderdank wordt ingeroepen. Op het einde van haar leven zijn er slikstoornissen, decubituswonden en een niercrisis. Ze overlijdt op 14 april 1433.
Wanneer we de ziektegeschiedenis van Lidwina toetsen aan de huidige criteria wat betreft de diagnose van Multiple Sclerose, komen wij tot de volgende bevindingen:
- Lidwina leed alleszins aan een aandoening van het centrale zenuwstelsel. Dit wordt mede bewezen door een onderzoek van haar gebeente dat in 1947 in de kerk van Schiedam gevonden werd. Prof. De Wilde van de Universiteit Leiden kon aantonen dat er een verlamming was van beide benen en van de rechterarm.
- Krachtsvermindering in de benen en rechterarm, aangezichtsverlamming, blindheid aan 1 oog, gevoelsstoornissen en slikstoornissen kunnen alle voortkomen uit witte stof-letsels.
- De ziekte evolueerde over 37 jaar en er was nu en dan partiële beterschap. De aanzet voor de ziekte was een trauma - val op het ijs - hetgeen nogal eens voorkomt bij MS. Al deze argumenten, afgeleid uit historische waardevolle documenten, doen ons besluiten dat Multiple Sclerose zeer waarschijnlijk al bestond in de 14de eeuw.
Bron: "Does the history of multiple sclerosis go back as far as the 14th century?" Dr. R. Medaer, Acta Neurol. Scandinavica 60, 189-192, 1979.
